Dierenwelzijnsorganisaties: wetgeving nodig tegen hittestress bij dierenvervoer

Er zijn strengere wetten en voorschriften nodig om het welzijn van dieren te garanderen die op zeer warme dagen worden vervoerd. Dat stellen dierenwelzijnsorganisaties De Dierenbescherming en Eyes on Animals na onderzoek. Bij het merendeel van de tientallen inspecties per jaar constateert Eyes on Animals hittestress bij dieren, onder meer doordat vrachtwagens stilstaan in de zon en de dieren te dicht op elkaar staan.

Volgens de organisaties is de situatie onvoldoende verbeterd sinds hun vorige rapport over hittestress uit 2019. Zo zijn er slachterijen die overkappingen hebben gebouwd of het asfalt gewit hebben om voor verkoeling te zorgen maar daarmee wordt de kern van het probleem niet opgelost, zegt Eyes on Animals. Door wachtruimtes en losplekken groter te maken kan voorkomen worden dat dieren moeten wachten in vrachtwagens in de hitte.

De afspraken die de sector gemaakt heeft, noemen de dierenwelzijnsorganisaties te vrijblijvend. De Dierenbescherming en Eyes on Animals pleiten daarom voor wetgeving om mechanische ventilatie in de vrachtwagens te verplichten en een maximale wachttijd van een kwartier bij slachthuizen in te stellen.

Ook pleiten ze voor minder volle transporten bij temperaturen boven de 21 graden.

Vanaf 27 graden hitteplan

Sinds 2016 geldt het Nationaal plan voor veetransport bij extreme temperaturen. Hierin staan afspraken die het bedrijfsleven en de overheid hebben gemaakt, maar het is geen wetgeving en dus niet handhaafbaar. Zo belooft de sector onder meer op warme dagen vrachtwagens minder vol te laden en voor extra ventilatie te zorgen. De afspraken gelden als er een temperatuur van boven de 27 graden wordt voorspeld.

Helma Lodders, voorzitter van Vee & Logistiek Nederland, stelt dat er altijd zal worden gezegd dat er te weinig gedaan wordt tegen hittestress bij dierentransporten. "Maar iedereen die dieren vervoert vindt het belangrijk dat dat goed gebeurt." De belangenvereniging is tevreden over het huidige hitteplan. "Die afspraken vinden wij belangrijk en voeren onze leden uit."

In regelgeving is wel vastgelegd dat er vanaf 35 graden helemaal geen dieren vervoerd mogen worden. Slachthuizen kunnen bij extreme hitte, meer dan 33 graden, eerder en langer open zodat dieren op koelere uren vervoerd kunnen worden. Ook controleert de NVWA meer bij hitte.

Onacceptabele hittestress

In 2020 constateerde toezichthouder NVWA 16 gevallen van onacceptabele hittestress. Lodders spreekt van "een zeer beperkt aantal overtredingen", maar volgens de dierenwelzijnsorganisaties gaat het in werkelijkheid waarschijnlijk om veel meer gevallen. De NVWA heeft maar beperkte capaciteit om te controleren en er zijn geen goede maatstaven voor het beoordelen van hittestress, zeggen ze.

Vooral kippen en varkens zijn gevoelig voor hittestress, zegt Mieke Matthijs, universitair docent aan de Universiteit Utrecht. "Die hebben geen zweetklieren dus ze kunnen hun warmte niet goed kwijt. Ze gaan dan gigantisch ademhalen. Dat is geen mooi gezicht." Bij hittestress kunnen dieren de eigen lichaamstemperatuur niet meer op peil houden. "Dat ontregelt het lichaam waardoor het niet meer functioneert en dieren kunnen sterven."

Gebrek aan onderzoek

Volgens Matthijs neemt de industrie wel maatregelen om hittestress bij dieren tegen te gaan. "Niemand is gebaat bij dode dieren. Dat voelt de industrie in de portemonnee. Maar er kan meer, daar hebben dierenorganisaties gelijk."

Er is nog veel meer onderzoek nodig, zegt Matthijs. "Er is nog veel onbekend. We weten niet eens bij welke temperatuur hittestress precies optreedt. Zo speelt de luchtvochtigheid ook een grote rol. De sector weet daarom ook niet helemaal hoe ze meer kunnen doen."

Nederlandse Omroep Stichting