Een slim dashboard moet corona-uitbraken voorspellen voordat ze er zijn

Drie universiteiten en twee bedrijven werken aan een dashboard dat de veiligheidsregio's moet helpen om regionale corona-uitbraken te voorspellen en in de kiem te smoren. Met een combinatie van mobiliteitsgegevens en vragenlijsten voorspelt het dashboard lokale oplevingen.

Het dashboard ziet eruit als een kaart van Nederland, onderverdeeld in gemeenten en veiligheidsregio's. Op de kaart is te zien waar besmettingen en verplaatsingen plaatsvinden, met een risico-inschatting van mogelijke besmettingshaarden op korte termijn.

Het systeem wordt gemaakt door de Technische Universiteit Eindhoven, het Leids Universitair Medisch Centrum, de universiteiten van Utrecht en Twente en bedrijven Mezuro en Illionx. Veiligheidsregio's Groningen en Twente zijn bij het project aangesloten.

Gedrag

Sinds de corona-uitbraak in maart werkt het onderzoeksteam aan voorspellingen die gebaseerd zijn op mobiliteitsdata van mobiele telefoons. Die voorspellingen worden nu gekoppeld aan gegevens uit de Covid Radar App van het Leids Universitair Medisch Centrum. Die app monitort via vragenlijsten de klachten en het gedrag van mensen in bepaalde regio's.

Projectleider Nelly Litvak, hoogleraar algoritmes voor complexe netwerken aan de Technische Universiteit Eindhoven, heeft met haar team die gegevens in een wiskundig model gegoten. "Het coronadashboard van de overheid presenteert getallen, laat een momentopname zien. Wij proberen te voorspellen wat de risico's zijn voor verschillende regio's", zegt Litvak.

Een afbeelding van het pilotprototype van het regionale COVID-19 dashboard, genomen in april 2020. Gegevens van 2019 zijn gebruikt om een eerste indruk te kunnen geven.

- illionx

Het regionale Covid-19 dashboard, gevuld met RIVM-cijfers uit maart.

- illionx

De Covid Radar App geeft informatie over de ziekte, maar vooral ook over het gedrag. "Zo kunnen we inschatten of mensen hebben gesport, of ze binnen of buiten waren, of ze anderen hebben gezien en uiteindelijk of we meer spreiding kunnen verwachten in een gebied", zegt Litvak.

Daarnaast laten mobiliteitsdata zien hoe mensen zich tussen verschillende regio's bewegen. "Iedere dag zie je bijvoorbeeld een grote stroom van Almere naar Amsterdam bewegen, die mensen gaan werken. En van Noord-Limburg zie je dagelijks grote stromen naar Brabant of Arnhem en Nijmegen."

Je moet niet iets verbieden dat niet verboden hoeft te worden.

Nelly Litvak, projectleider

Volgens Litvak gaat de informatie van het nieuwe dashboard de veiligheidsregio's helpen bij het kiezen zodra er beperkingen nodig zijn. Het is volgens haar bijvoorbeeld niet slim om een provincie op slot te gooien. "Almere ligt in een andere provincie dan Amsterdam. Als je op provincieniveau gebieden gaat afsluiten, worden veel mensen van het werk gehouden."

Door het land slim in te delen, is het volgens de onderzoekster mogelijk om meer verplaatsingen toe te staan zónder dat het aantal infecties oploopt. "We kunnen de spreiding van de ziekte beperken met zo veel mogelijk mobiliteit. Je moet niet iets verbieden dat niet verboden hoeft te worden."

"De hoop is dat we hiermee - en dan praat ik Hugo de Jonge na - het virus hard kunnen treffen en de maatschappij en economie zo min mogelijk", zegt Hans Foekens van Veiligheidsregio Groningen, een van de organisaties die het eerst met het dashboard aan de slag gaat. Over twee tot drie maanden moet een eerste versie van het dashboard operationeel zijn.

'Gebruik coronadata beter'

Meer data-experts pleiten voor een beter gebruik van beschikbare gegevens. Want met meer en betere informatie laat de coronapandemie zich beter sturen.

Data-analisten Marino van Zelst van Tilburg University en Bart Bolkestein van de website Cororna Locator gaan samen het ministerie van Volksgezondheid ondersteunen om het dashboard van de Rijksoverheid van actuelere cijfers te voorzien. Volgens Van Zelst zou het bijvoorbeeld helpen om vaker rioolwater te testen. "Dat is een vroege indicator. Nog voor mensen naar de teststraat gaan, laat het rioolwater al zien waar mensen besmet zijn en hoeveel. Als je dat vaker test, kun je sneller zien of bepaalde maatregelen effect hebben.''

Bolkestein denkt dat de gegevens van bron- en contactonderzoek ook beter zichtbaar moeten zijn. "Het is jammer dat dit onderzoek nauwelijks meer plaatsvindt, want met die gegevens kun je niet alleen goed zien welke mensen besmet zijn maar ook waar de besmettingen vandaan komen.''

Nederlandse Omroep Stichting